Kleiner maar sterker – toekomstvisie voor de EU

Een duidelijke tussenweg ontbreekt

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 is de EU een ondergeschikt onderwerp. Terwijl miljarden worden toegezegd voor de zorg en voor lastenverlaging is de vraag, hoe wij in de toekomst aan geld komen en hoe wij in de wereld staan, nauwelijks onderwerp van debat. De economie verandert razendsnel (groter gewicht van China, robotisering, vergrijzing). De buitenwereld wordt bozer (Rusland, Amerika, Islamitische Staat).

Extreme oplossingen worden voorgesteld, zoals het verlaten van de EU, of het verder stevig gaan op weg naar een Europese federatie. Luidruchtige en in aanhang groeiende politieke partijen kondigen een vertrek uit de EU aan, terwijl de voorstanders van “blijven” geen krachtig verhaal vertellen. Daartussenin blijft het vaag. Sommigen pleiten voor een grotere rol voor de lidstaten, wat een doodlopende weg is omdat de lidstaten al veel macht hebben en onderling verdeeld zijn. Anderen willen beperkingen op het werknemersverkeer en vragen een socialer Europa. Weer anderen willen dat Europa investeert in de toekomst, vooral in banen. Binnen de Europese Unie lopen de spanningen op. Het Verenigd Koninkrijk gaat er uit; de vluchtelingenstroom leidt niet tot een duidelijke oplossing en Italië en Griekenland mogen het zelf uitzoeken; sommige lidstaten nemen de rechtsstaat niet meer serieus; sancties tegen Rusland liggen onder vuur.

Laat de EU niet verkruimelen

De EU zal zo onder onze handen verkruimelen. En dat is zonde. Nederland heeft samenwerking met vele andere landen nodig in het geweld van de grote jongens. We kunnen ons wel losmaken van de EU, maar niet van België, de Rijn, of van Google, Shell en Microsoft.

De huidige EU voldoet echter niet. Doormodderen[i] is gemakkelijk maar helpt niet. Burgers willen een duidelijk perspectief. De EU uit of de EU uit elkaar laten vallen zijn allebei slechte oplossingen. Voorwaarts naar een federale staat is (politieke) zelfmoord, want weinig landen willen dat nog en de verschillen tussen de EU lidstaten zijn groot en leiden in een federatie alleen maar tot meer botsingen.

Toekomstvisie

Wat we nodig hebben is een kleinere maar sterkere Europese Unie.

1. Kernleden en geassocieerde leden

De EU krijgt een kern van gelijkgestemde landen met volwassen democratieën en gezonde economieën. (Ik denk in de eerste plaats aan Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen. Engeland hoort daar bij maar wil even buiten spelen.) Samenwerking op andere terreinen dan de interne markt wordt vorm gegeven door die kernlanden.
Daarnaast zijn er andere, geassocieerde leden met wie in de eerste plaats de interne markt wordt gedeeld. Over handel kan je namelijk met heel veel landen goede afspraken maken. Maar moeilijkere onderwerpen, zoals onderwijs, criminaliteitsbestrijding, verkeer, werknemersrechten en financiën vragen om gelijkgestemde mensen. Daarom moet de EU niet verder uitbreiden met landen die cultureel en politiek ver van ons afstaan of die economisch en bestuurlijk zwak zijn.

2. Een limitatieve lijst onderwerpen waarop vergaand samengewerkt wordt en een alternatief voor de Euro

Er moet een limitatieve lijst worden gemaakt van onderwerpen waarvoor de EU optreedt omdat samenwerking noodzakelijk is. En dus niet over andere onderwerpen. Wat noodzakelijk is valt goed aan de burgers uit te leggen. Ik denk aan veiligheid[ii], transport, energie, klimaat, migratie, en (hoger) onderwijs en onderzoek. Andere onderwerpen, zoals pensioenen en gezondheidszorg kunnen beter bij de lidstaten blijven.
Ook de Euro? De gezamenlijke interne markt heeft ons veel meer voordelen gebracht dan de Euro. De Euro is helaas een splijtzwam geworden. Grote landen als Italië en Frankrijk hervormen nog steeds onvoldoende. De schulden bij de ECB zijn torenhoog. De bezuinigingen vanwege de crisis hebben de bevolking van veel landen, ook van Nederland, hard getroffen, terwijl de banken werden gered.[iii] Een alternatief voor het afschaffen van de Euro is een Euro alleen voor de kernlanden.

3. Sterker door meer supranationale uitvoering

De Europese Unie is een heel complexe organisatie die veel beleid maakt. De Unie is het grootste vrijhandelsblok ter wereld en dat maakt de Unie invloedrijk (b.v. in de WTO). De Unie treedt ook op als blok bij de klimaatonderhandelingen (Verdrag van Parijs). Het grootste deel van de uitvoering van het beleid wordt echter door de lidstaten gedaan. De zwakte van de Unie zit in de politieke verdeeldheid tussen de lidstaten over allerlei onderwerpen, maar zeker ook in de uitvoering. “Dieselgate” maakte duidelijk dat landen met een flinke auto-industrie geen zin hebben in strenge normen die de gezondheid beschermen en zeker niet in sterke, onafhankelijke controles op hun industrie. Bij de uitvoering van subsidieregelingen gaat er veel mis (o.a. door corruptie), maar de belanghebbende lidstaten willen het hun burgers en bedrijven niet al te moeilijk maken. Voor het beheersen van de migratiestromen is een kustwacht onontbeerlijk. Ieder land aan zee heeft er een. De Europese Kustwacht (Frontex) begint een beetje vorm te krijgen, maar hangt te veel af van de welwillende bijdragen van de lidstaten. Er is een Europese, volwaardige Kustwacht nodig, met voldoende middelen en mandaat. Net als onafhankelijke typekeuring van auto’s.
Voor zulke lastige onderwerpen moet de uitvoering supranationaal geregeld worden.

 

 

[i] De Rabobank heeft een mooie studie gedaan, De toekomst van Europa, verschenen op 9 februari 2017. Vier scenario’s worden verkend: Doormodderen, Uiteenvallen, Verdieping, en Twee snelheden.  Dat zijn volgens mij ongeveer de smaken die je kunt bedenken. ”Twee snelheden” (EU met een beperkte groep kernlanden en verder perifere leden) spreekt mij het meest aan.

[ii] De NATO is voorlopig het belangrijkste voertuig, maar de Europese landen kunnen daarbinnen beter samenwerken en meer geld uitgeven (volgens afspraak: 2% van het nationaal inkomen).

[iii] De bezuinigingen in de Eurolanden hebben veel burgers vertaald in verzet tegen de Europese Unie. Dat is begrijpelijk, al vergeet men dat de Euro echt een samenwerkingsverband van staten is en geen “ongekozen” Brusselse bureaucratie. Nederland liep met Duitsland voorop in het harde bezuinigingsbeleid. Zie Simon Otjes, “How the eurozone crisis reshaped the national ecnomic policy space: The Netherlands 2006-2012”, in Acta Politica, vol. 51 no. 3, 2016, p. 273-297.

Auteur: europefixit

Political Science, 1972. Urbanism Departement, City of The Hague (NL), 1975-1989. National Planning Service, Ministry of Housing and Planning, 1989-2012. Planning departement, Utrecht University, 2000-2004.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *