Politiek doet er weer toe – Het nieuwe boek van Luuk van Middelaar

De nieuwe politiek van Europa

Luuk van Middelaar had in zijn boek “De passage naar Europa” uit 2009 een meeslepend en analytisch sterk verhaal uitgebracht over hoe de Europese Unie in elkaar zit en werkt, niet over hoe hij idealiter zou moeten werken. Zijn nieuwe opus, “De nieuwe politiek van Europa” (Historische Uitgeverij, 2017), doet daar nog een gewaagd schepje bovenop door de jongste geschiedenis voor ons uiteen te rafelen. Maar het is meer dan geschiedenis, het is ook een fraai staaltje van politicologische begripsvorming. En het boek biedt allerlei doorkijkjes naar een mogelijke toekomst. Vooral geslaagd is het beeld van een dynamische, en dus rommelige historische ontwikkeling van de EU dat Van Middelaar oproept. Dat beeld is realistischer dan het beeld van een zich ontvouwend (bouw)plan.

Onze orde is kwetsbaar

Kern van zijn betoog is dat door externe gebeurtenissen de EU gedwongen is politieker te worden dan wenselijk leek. De Eurocrisis, het conflict over de Oekraïne, het Brexit-referendum, en de vluchtelingencrisis deden Europa ontwaken uit zijn min of meer zelfvoldane slaap van een rechtsgemeenschap, voorbeeld voor de wereld, met een bloeiende economie, op weg naar een “ever closer union” waaraan steeds meer landen deel konden nemen. ”In zeventig jaar vrede en welvaart draaide het politieke debat in West-Europa om vragen van groei en verdeling, zorg en onderwijs, vrijheden en identiteiten. Veel minder bespraken we de grondkwesties van staat en gezag, strategie en oorlog, veiligheid en grens, burgerschap en tegenspraak. […] Nu daagt het besef: onze orde is kwetsbaar, onze toekomst is geen gespreid bedje.” (blz. 5) In deze zinnen staat beknopt het programma van dit boek beschreven. Europa is sterk veranderd, politieker geworden tegen wil en dank.

Regelpolitiek en gebeurtenissenpolitiek

De kern van de aangeboden begrippen is het onderscheid tussen regelpolitiek en gebeurtenissenpolitiek. Regelpolitiek gaat over het vaststellen van wetten en beleid, het toepassen van regels en het verdelen van welvaart. Regelpolitiek leent zich goed voor depolitisering. Regelpolitiek gaat uit van de fictie dat de geschiedenis stilstaat, dat er een stabiele orde is. Gebeurtenissenpolitiek reageert op onvoorziene gebeurtenissen en treedt buiten de oevers van de bestaande orde. Improvisatie is nodig, en dat vraagt om politici die verantwoordelijkheid willen nemen, hun macht willen inzetten en gezag willen verwerven voor onorthodoxe handelingen. [i]De EU als rechtsorde en bureaucratie, met een enorm bouwwerk van organen, regels en instrumenten, is het denkkader waarbinnen alle problemen worden getrokken. De Eurocrisis werd door de Europese “binnenwereld” – een fraaie term uit het eerdere boek – aanvankelijk behandeld als een kwestie van toepassing van regels. Maar het probleem was te groot, het ging te snel, en toen Griekenland ten onder dreigde te gaan was snel en krachtig handelen nodig. De ministers en staatshoofden moesten dit varkentje wassen, inclusief de onverkwikkelijke schoffering van het Griekse volk dat een voorstel verwierp en vervolgens door de strot geduwd kreeg. Gebeurtenissenpolitiek is niet vriendelijk, geleidelijk en prettig.

Europese Raad als pré-regering

De vrucht van deze “gebeurtenissenpolitiek” is dat de rol van de Europese Raad van regeringsleiders en staatshoofden als een soort pré-regering sterk vergroot is. Want hij hielp crises te managen. Daarmee is de rol van de lidstaten versterkt. Maar tegelijk, en Van Middelaar wijst daar terecht op, zijn de lidstaten geen loslopende mannetjesputters maar 28 landen die gezamenlijk kunnen optreden. Hoewel de Europese Raad een later toegevoegde constructie aan het bouwwerk van de EU is – waarin de Commissie, het Europese Parlement, de Raad van Ministers en het Europese Gerechtshof centraal staan – is het betoog van Van Middelaar voor mij overtuigend. De politieke rol van deze Raad als gezaghebbende gebeurtenissenbedwinger is onmisbaar, zolang er geen alternatieve bron van machtsinzet is. Dromen over de Europese Commissie als Europese Regering zijn voorlopig bedrog. En dat is maar goed ook: De politiek is zo terug gekomen. De Europese Commissie gaat meer in de richting van een moderne en krachtige bureaucratie, met veel ruimte voor eigen initiatief en openbare verantwoording jegens het Europese Parlement. Een voorbeeld voor onze Nederlandse staat.

Ontbrekende oppositie

Met deze ontwikkeling is tegelijk een ander probleem sterk vergroot: het ontbrekende democratische tegenwicht. Het Europese Parlement kan dat onvoldoende bieden, de nationale parlementen ook niet. Van Middelaar zegt dat in Europa lang oppositie heeft ontbroken, dat wil zeggen: gewone oppositie tegen inhoudelijke beleidsvoorstellen. Het Parlement voert eerder oppositie tegen de lidstaten dan dat binnen het Parlement meningsverschillen worden uitgevochten. Er is ook geen regering om je tegen af te zetten. De Europese Raad fungeert met consensus. Ook de oude ministeriële raden (b.v. voor Landbouw) fungeren grotendeels als consensusmachines. Oppositie is er vaak per land, niet per politieke stroming. Daardoor ontstaat er wel ruimte voor oppositie tegen het systeem als geheel: de Eurosceptici en de Europa-verlaters. Ook het feit dat veel inhoudelijk beleid vastligt in het Europese verdrag – o.a. de binnenmarkt – maakt dat delen van het  beleid niet vatbaar zijn voor politieke discussie, wat mensen machteloos maakt.

Europees publiek

Onder andere de grote openbaarheid van het optreden van de Europese Raad maakt dat besluiten en conflicten in alle landen gevolgd worden. Verkiezingen en referenda in Nederland worden zo niet langer louter binnenlandse zaken. Er ontstaat iets van een Europees publiek. En dat is verheugend.

 

[i] Het onderscheid dat Van Middelaar introduceert is verhelderend om te begrijpen hoe de verschillende geledingen van de EU tegen problemen aankijken. Het onderscheid zou echter beter uitgewerkt moeten worden. Ik vind het niet prettig als er verschillende soorten politiek worden gesuggereerd, terwijl de kern is dat we “politiek” hebben die echter in verschillende omstandigheden verschillende vormen aanneemt. Politiek gaat over machtsvorming en machtsgebruik, of over “de gezaghebbende toedeling van waarden voor een samenleving” (Easton). Politiek kan gaan over de schepping of herschepping van staatsstructuren, en over beleid, ofwel: over institutionalisering en over dagelijkse handelingen. Dat is meer een kwestie van twee verschillende niveaus van politiek dan dat het om een ander soort activiteit gaat. Ook dagelijks beleid, of regelpolitiek, gaat over keuzes, over conflicten, over organisatie, over gebeurtenissen, over “waarden”, maar wat minder heftig en vaak lager bij de grond.

May your future be bright, Mrs. May

Gedeelde belangen …..

In Florence sprak Minister-President May van Groot-Brittannië onlangs over de toekomst van Engeland en Europa in gloedvolle bewoordingen[1], alsof ze lid wilde worden van de Europese Unie.

Mass migration and terrorism are but two examples of the challenges to our shared European interests and values that we can only solve in partnership.[…] The only way for us to respond to this vast array of challenges is for like minded nations and peoples to come together and defend the international order that we have worked so hard to create – and the values of liberty, democracy, human rights and the rule of law by which we stand.

… maar we zijn toch anders

In plaats van lid te worden gaat ze echter de uitvaart organiseren. Waarom? Natuurlijk wegens het enkele politieke feit van de referendumuitslag van vorig jaar. En verder?

And we will do all this as a sovereign nation in which the British people are in control. Their decision to leave the institution of the European Union was an expression of that desire – a statement about how they want their democracy to work. They want more direct control of decisions that affect their daily lives; and that means those decisions being made in Britain by people directly accountable to them. The strength of feeling that the British people have about this need for control and the direct accountability of their politicians is one reason why, throughout its membership, the United Kingdom has never totally felt at home being in the European Union. And perhaps because of our history and geography, the European Union never felt to us like an integral part of our national story in the way it does to so many elsewhere in Europe.

Dit is nogal verbazend. Groot-Brittannië “heeft zich nooit totaal thuis gevoeld in de Europese Unie” en “de Europese Unie voelde voor ons nooit als een integraal deel van ons nationale verhaal”. Deze toespraak is een politiek verhaal, het gaat over besluitvorming en macht (“control”), maar er worden gevoelens van de vaagste soort naar voren gebracht. Alsof het een verkiezingstoespraak is.

Een politieke landenvereniging is een keuze om gezamenlijk doelen te bereiken die alleen niet goed behaald kunnen worden, zoals May in het eerste citaat zei. Het gaat niet om liefde maar om praktisch handelen. Hoogstens om een verstandshuwelijk. In het geval van de EU is dat huwelijk niet door een priester ingezegend maar gelegitimeerd door nationale parlementen en soms ook door referenda. Wat moet ik dan met het element “thuisvoelen”? Engeland is toch niet uitgehuwelijkt en in een volkomen vreemde familie terecht gekomen?

Like mindedness

May gebruikt eerder een andere term: “like mindedness”, als basis voor zakelijke samenwerking. Dat is wél een goed punt. Samenwerking is moeilijk, en niet alleen voordelig. Je moet steeds kleinere en grotere misverstanden overwinnen, en daarvoor is het nodig de anderen te vertrouwen en met ze overweg te kunnen. Een zekere mate van gedeelde cultuur is nodig om gevoelige kwesties te kunnen aanpakken. Noem het “like mindedness”. Ook bij het Oekraïne-referendum speelde in Nederland een rol dat veel mensen de Oekraïne terecht veel te ver cultureel van ons af vond staan. Maar ik kan me niet voorstellen dat culturele overeenkomsten onderhevig zijn aan de politieke en economische conjunctuur. Zij gaan dieper en hebben een lange geschiedenis. (Natuurlijk, samenwerking kan tot vervreemding leiden, zoals de Grieken hun zonnige reputatie kwijt zijn door de Euro-crisis.)

Volgens mij zijn er genoeg serieuze aanwijzingen voor “like mindedness” tussen het Verenigd Koninkrijk en de rest van de EU.

Een eiland, in culturele zin?

Is het Verenigd Koninkrijk cultureel flink anders dan de rest van Europa? Geert Hofstede heeft nuttig onderzoek gedaan.[2]  Vier dimensies onderscheidt hij. Twee, machtsafstand[3] en onzekerheidsvermijding[4], zijn bepalend voor hoe mensen tegen organisaties aankijken (macht en regels). Groot Brittannië zit in één groep met Denemarken, Zweden en Ierland: zij kennen een kleine machtsafstand en een zwakke onzekerheidsvermijding (“dorpsmarkt” als type). Nederland zit daar net boven, met Noorwegen: ondergemiddelde machtsafstand en ondergemiddelde onzekerheidsvermijding (ook “dorpsmarkt”). Frankrijk ligt daar diametraal tegenover, in de groep met België, Spanje, Italië en Griekenland: grote machtsafstand en sterke onzekerheidsvermijding (“piramide van mensen”). Duitsland zit in een andere groep, met Oostenrijk, Zwitserland en Finland: bovengemiddelde machtsafstand en ondergemiddelde onzekerheidsvermijding (“goed geoliede machine”).

Als je kijkt naar de twee afzonderlijke kenmerken zit Groot-Brittannië wat betreft machtsafstand dicht bij een flink aantal Europese lidstaten, maar ver af van de zuidelijke landen. Mogelijk biedt het verleden hiervoor een verklaring: De zuidelijke landen zijn Romeins geweest. Voor de onzekerheidsvermijding geldt dat Groot-Brittannië sterk afwijkt van de meeste Europese landen, behalve van Scandinavië en Ierland. De afstand tot Frankrijk is groot.

Kortom: Groot-Brittannië kent flink wat zielsverwanten in de Europese Unie, maar heeft een behoorlijke afstand tot Duitsland en zeker tot Frankrijk. Maar dat geldt ook voor Nederland! Nederland wordt begrijpelijkerwijs niet vrolijk van de uittreding van Groot-Brittannië uit de EU.[5]

Leveren de andere twee dimensies een ander beeld op? Voor individualisme[6] zijn de scores tussen deze vier landen niet sterk uiteenlopend. Voor masculiniteit[7] staan Groot-Brittannië en Duitsland op gelijke hoogte, en zijn Frankrijk en met name Nederland veel feministischer (net als de Scandinavische landen). Dus hoe je ook kijkt, in allerlei opzichten zijn er voor Groot-Brittannië zielsverwanten in de Europese Unie; niet allemaal, maar voldoende om te kunnen werken.

Kom niet te dichtbij….

Misschien zijn de Engelsen geschrokken van hun populariteit in de EU. Bijna overal wordt op school Engels geleerd. Geen enkele andere taal is zo populair. In de EU verschijnen veel publicaties eerst in het Engels. 5% van de bevolking van het Verenigd Konikrijk komt uit de rest van de EU, drie miljoen mensen, een niet al te klein land.

De tragiek is dat door de praktische vervlechting die in de EU is ontstaan, niet alleen in de handel maar ook onder de mensen, er een nieuwe generatie opgroeit die niet beter weet dan dat er meer is dan het moederland waar we onder ons kunnen zijn. De uitwisseling van studenten (via het Erasmusprogramma) is een groot succes en maakt het vreemde vertrouwder. Overal in de EU wonen ex-pats die steeds minder “patriot” worden; overal groeien kinderen op uit EU-gemengde huwelijken. Het zijn in Engeland de jongeren die niet veel moeten hebben van de Brexit. [8] Ook in Nederland is de steun voor de EU groter onder jongeren dan onder ouderen.[9]

Zij die op weg naar de uitgang dromen van het oude. Het zij zo.

 

[1] https://www.conservatives.com/sharethefacts/2017/09/theresa-may-florence-speech

[2] Geert Hofstede, Allemaal andersdenkenden. Omgaan met cultuurverschillen, Amsterdam: Uitgeverij Contact, 19952 .

[3]Machtsafstand is de mate waarin de minder machtige leden van instituties of organisaties in een land verwachten en accepteren dat de macht ongelijk verdeeld is.” (blz. 39) Score (1 = lage machtsafstand) Groot-Brittannië 35; Frankrijk: 68; Duitsland: 35; Nederland: 38.

[4]Onzekerheidsvermijding is de mate waarin de leden van een cultuur zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties; dit gevoel wordt onder andere uitgedrukt in nerveuze spanning en in een behoefte aan voorspelbaarheid: aan formele of informele regels.” (blz. 144) Score GB: 35; Frankrijk: 86; Duitsland: 65; Nederland: 53. Landen met een sterke onzekerheidsvermijding zijn vaak chauvinistisch, “wat vreemd is, is gevaarlijk” (blz. 163).

[5] Zie Caroline de Gruyter, “Aan dood gewicht heeft niemand iets”, in NRC-Handelsblad, 23 september 2017.

[6] “Een samenleving is Individualistisch als de onderlinge banden tussen individuen los zijn: iedereen wordt geacht uitsluitend te zorgen voor zichzelf en voor zijn of haar naaste familie. Een samenleving is Collectivistisch als individuen vanaf hun geboorte opgenomen zijn in sterke, hechte groepen, die hun levenslang bescherming bieden in ruil voor onvoorwaardelijke loyaliteit.” (blz. 71) Score GB: 89; Frankrijk: 71; Duitsland: 67; Nederland: 80 (blz. 93).

[7] “Een samenleving is Masculien als sociale sekse-rollen duidelijke gescheiden zijn: mannen worden geacht assertief en hard te zijn en gericht op materieel succes; vrouwen horen bescheiden en teder te zijn en vooral gericht op de kwaliteit van het bestaan. Een samenleving is Feminien als sociale sekse-rollen elkaar overlappen: zowel mannen als vrouwen worden geacht bescheiden en teder te zijn en gericht op de kwaliteit van het bestaan.” (blz. 108). Scores (blz. 111): GB: 66, Frankrijk: 43; Duitsland: 66; Nederland: 14.

[8] Peter Kellner, “Britain’s generation gap”, in Carnegie Eruope, 29-10-2017.

[9] M.n. de 18-34-jarigen. Ministerie van BZK, Burgerperspectieven, 2016/3, blz. 27.

Sybrand Buma: een verwarde richtingaanwijzer naar een West-Europese traditie

Tegen het vooruitgangsdenken

Wij leven in een gaaf land, zo houdt minister-president Rutte van de liberale VVD ons regelmatig voor. En de cijfers geven hem al een tijdje gelijk. Maar de heer Buma, leider van de eens dominante christen-democratische partij van Nederland (het CDA), ziet dat heel anders[i]. Hij houdt niet van vooruitgangsdenken, en vindt vrijheid en gelijkheid holle begrippen. De heer Buma stamt uit een traditie die de Franse Revolutie verafschuwt, en dat blijkt wel uit zijn flinterdunne boekje, waar overigens goed-kapitalistisch bijna 10 euro voor wordt gevraagd.

Van een prominent politicus, die nu met drie andere partijleiders aan tafel zit om een regering in elkaar te knutselen, verwacht je een politiek verhaal, een verhaal waarin gezegd wordt wat hij wil en hoe hij dat wil bereiken. Maar het is slechts een eigentijds verhaal geworden, waarin “de problemen worden benoemd”, dus een hoop bagger wordt uitgestort zonder oplossingen. Zijn verhaal is een “aanklacht tegen de maatschappelijke orde”. Dat zijn partij en haar voorgangers (CHU, ARP en KVP) vanaf het eind van de 19de eeuw in zeer grote mate die maatschappelijke orde hebben gevormd wil hij ons kennelijk doen vergeten.  Er kan geen “mea culpa” vanaf.

Heil zoeken in onze West-Europese traditie

Ons heil ligt “besloten in onze lange West-Europese traditie. Dat is geen traditie van individualisme, maar juist van collectieve waarden.” De een na laatste zin luidt: “Nederland is in de filosofische betekenis in zijn grondslag nog steeds een christelijk land.” (p. 43) Dat is een heel raar verhaal.

Ik kan niet de verleiding weerstaan om eerst dat “christelijke” te “fact checken”. Volgens het Centraal Bureau van de Statistiek gaf in 2014 49 procent van de volwassen bevolking aan niet-godsdienstig te zijn. 24 Procent van de volwassen gaf aan katholiek te zijn,  16 procent protestant, 5 procent Islamiet en 6 procent rekende zich tot een andere religie (hindoes, boeddhisten, joden etc.).[ii] Dus Nederland is anno 2017 in meerderheid géén christelijk land. Maar Buma zegt dat ook niet letterlijk; hij formuleert nogal leep: christelijk “in de filosofische betekenis” en “in zijn grondslag”.

Hoezo een christelijk land?

Wat is christelijk in de “filosofische betekenis”? Een christelijk sausje? Een historische verklaring voor het wijd verbreide pessimisme (het heil ligt in het hiernamaals, nietwaar)? In elk geval bedoelt hij niet christelijk in de politieke betekenis, want dan had hij het wel gezegd. Zoals zijn 19de eeuwse voorganger Abraham Kuyper om politieke redenen meende dat Nederland in wezen een orthodox hervormde natie was, ook toen dat numeriek helemaal niet klopte. Tot zijn teleurstelling kreeg hij weinig steun voor zijn opvatting, al kwam “smalende godslastering” wel in het wetboek van strafrecht (zoals Gerard van het Reve tot zijn verbazing ondervond).

En wat is die “grondslag”? Le Goff[iii] heeft opgemerkt dat de Europese identiteit sterk gevormd is door het christendom, en door de oorlogen tegen de Moslims (Spanje, Reconquista). Zeker, grote delen van Europa waren lang katholiek, dus christelijk, maar Scandinavië en de Germaanse gebieden waren late bekeerlingen. En die christenen vormden een verscheurde wereld, van Rooms-Katholieken, Anglicanen, Lutheraren, protestanten en ander andersdenkenden, regelmatig bereid elkaar de hersens in te slaan. De Romeinen hebben een groot stempel gedrukt op West-Europa, en dat heeft zijn sporen nagelaten. [iv] Zij werden pas christelijk toen ze zich terugtrokken in Italië. Maar ook andere elementen hebben onze maatschappij gevormd. Sommige delen van Europa bleven lang feodaal, andere delen (Noord-Italië, de Hanzesteden, de Lage landen) zagen krachtige, burgerlijke steden zich aan het vorstelijke gezag ontworstelen. De grondslag van Nederland is een ratjetoe, en ja, daar zit ook een flinke scheut christendom in.

Christendom als nieuwe politieke breuklijn

Als ik Buma politiek interpreteer promoveert hij het christendom (zonder specificatie!) tot kampioen van de huidige Nederlandse beschaving. Dat vind ik tragisch. Tragisch, omdat het een extreem selectieve lezing van de geschiedenis behelst. Die benevelt de blik. Tragisch, omdat het geen heldere politieke lijn oplevert maar wel de niet-christenen, dus de meerderheid van de bevolking, als on-Nederlands afstempelt. Geheel consistent beweert Buma dat de islam niet bij Nederland past – al zegt hij dat ook weer onnavolgbaar leep: “Wat betekent de komst van de Islam in ons land? […] de hoop dat er uit de hierheen gebrachte stromingen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika een soort Europese verlichte islam zou ontstaan, is ijdel gebleken.” (blz 40-41) Dus alleen verlichte godsdiensten passen in Nederland?  Het CDA als verlichte tegenstander van de SGP? Interessante tijden wachten ons! Zo maakt Buma er weer een breuklijn bij, terwijl hij die breuklijnen in het begin van zijn verhaal juist betreurt.

Wat ik, tenslotte, een gemiste kans vind is dat Buma geen politieke consequenties verbindt aan zijn nadruk op “de West-Europese traditie”. Dan zou je toch de EU omarmen, als belichaming van die traditie?

 

 

[i] Sybrand Buma, 2017, ‘Verwarde tijden!’ die om richting vragen, HJ Schoo-lezing 2017, Amsterdam, Elsevier Weekblad

[ii] Wikipedia lemma Religie in Nederland, 10 september 2017.

[iii] J. Le Goff, L’Europe est-elle née au Moyen Âge ?, 2003

[iv] Zie het werk van Geert Hofstede, Allemaal Andersdenken, 1995, over culturele verschillen. De grens van het toenmalige Romeinse Rijk ziet hij als een van de krachtige verklaringen voor blijvende verschillen in Europa, bijvoorbeeld in het gevoel voor hiërarchie, wat nu bij fusiebedrijf kennelijk AH-Delhaize een rol speelt.

 

De verklaring van Rome: een zielloos verhaal

Conclaaf over 60 jaar Europese Unie

Op 25 maart 2017 werden de burgers van de overblijvende EU-lidstaten beledigd door een verklaring van de regeringsleiders en de EU-dignitarissen, in conclaaf bijeen in Rome om het 60-jarige bestaan van de EU te vieren. “Vandaag zijn wij verenigd en versterkt: honderden miljoenen mensen in heel Europa genieten de voordelen van het samenleven in een uitgebreide Unie die de oude scheidingslijnen heeft overwonnen.” Hé, hebben ze iets gemist? Engeland gaat er toch uit? Oude scheidslijnen tussen oost en west herleven toch weer? Deze oppepper mist zijn doel.

Rommeltpotje

Er worden ook vreemde beloften gedaan: “een Unie met een efficiënt, verantwoord en duurzaam migratiebeleid met eerbied voor de internationale normen”. Mooi doel, maar het enige wat tot nu toe is gelukt is de stroom migranten uit Turkije bepreken en de Grieken en Italianen met de opvang laten zitten. Er worden ook dingen gezegd die niet tot het EU terrein behoren: “een Unie die de strijd aangaat met werkloosheid, discriminatie, sociale uitsluiting en armoede”. Allemaal zaken die de lidstaten doen. En dan is er nog van dat irritante enerzijds-anderzijds proza: “een Unie die streeft naar het versterken van haar gemeenschappelijke veiligheid en defensie, ook in samenwerking en complementariteit met de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, rekening houdend met nationale omstandigheden en juridische verbintenissen”. Dat wil zeggen: ieder doet zijn eigen ding en we zien wel hoe het verder gaat.

Blind de toekomst in

Ik lees ook in de verklaring dat onverdroten wordt doorgegaan met onbeperkt toelaten van nieuwe lidstaten, dat de economieën van lidstaten naar elkaar toegroeien, en dat de economische en monetaire unie worden voltooid. Nee, in Nederland is geen Oekraïne  referendum geweest en de relaties met Turkije zijn opperbest. Nee, Griekenland en Portugal doen het uitstekend, Frankrijk hervormt als een duivel. Nee, met de Euro is helemaal niks aan de hand.

Rijstebrij

In het hele verhaal is ook onduidelijk wie er tot ons spreekt. De sprekers zijn de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement tezamen. De onderwerpen gaan kennelijk door iedereen gezamenlijk worden aangepakt. Deze rijstebrij is onverteerbaar. Net zo onverteerbaar en onnavolgbaar als de constructie van de Europese Unie is geworden, met zijn bovennationale instellingen, met zijn lidstaten als eigenwijze onderaannemers die tegelijk de baas zijn, en zijn groepjes lidstaten die op Europees niveau democratisch ongecontroleerd hun eigen weg zoeken. Als iedereen overal voor verantwoordelijk is valt niemand ergens voor ter verantwoording te roepen.

De oplossing van Wittgenstein

Wij burgers zijn niet zo dom als het lijkt. Wij willen in helder proza door een menselijke stem worden toegesproken. Hier helpt het woord van Wittgenstein (Tractatus, 6.43): ”Wovon man nicht sprechen kann,  darüber muss man schweigen.”

 

“Zorg dat de EU deze aanval te boven komt”

 

Mevrouw De Gruyter legt uit

Mevrouw De Gruyter zegt in de NRC van 18 februari 2017: “Zorg dat EU deze aanval te boven komt”. Zij meent dat problemen die mensen zien of ervaren door de globalisering, en die zich overal ter wereld voordoen, in Europa ten onrechte aan de EU worden verweten. Onze politici helpen dit verwijt een handje door op Brussel in te hakken. Maar het zijn deze politici die er zelf in Brussel een puinhoop van hebben gemaakt, bijvoorbeeld door geen sterke grenswacht te willen maar wel vrij verkeer (Schengen). In het algemeen: “Landen geven [de EU] taken, maar geen macht en middelen om die goed te doen.” Als handelsblok was de EU succesvol “[o]mdat landen Brussel namens hen lieten spreken.” In de jaren negentig ging dat anders, en hielden regeringen veel besluitvorming in eigen hand, zoals met Schengen en de Euro. Kortom, wil de EU weer succes boeken dan moet de EU duidelijke, misschien beperktere, taken krijgen en macht om die uit te voeren.

De EU mist uitvoeringsmacht

Ik kan het hier grotendeels mee eens zijn. (Zie blogbericht mijn Kleiner maar sterker – toekomstvisie voor de EU, d.d.11 februari 2017). De EU mist uitvoeringsmacht van supranationale aard op een groot aantal terreinen die de laatste jaren heel belangrijk zijn geworden. Ik noem er een aantal: bewaking van de buitengrenzen, politie- en justitiesamenwerking, handhaving van gezondheidsnormen (vuiluitstoot van motoren), controle op EU-subsidies, beperken van belastingontwijking, nakomen van afspraken over overheidsuitgaven (60% staatsschuld en 3% begrotingstekort) en verdeling van immigranten over Europa (in plaats van Italië, Griekenland en Duitsland de problemen te laten opknappen). De lidstaten zijn een groot deel van het probleem. Wat velen voorstellen is dus de kwaal verergeren. Een voorbeeld is Minister Koenders, die pleit voor een grotere rol voor de lidstaten (AD van 27 januari 2017) Het is vooral belangrijk dat aan de beleidsuitvoering aandacht wordt besteed omdat daar niet veel ideologie voor nodig is. Niet veel meer dan “doen wat is afgesproken”.  Maar dat kan je niet aan de vrijwillige inzet van de deelnemers overlaten; het hemd is immers nader dan de rok. Ik heb het niet over “meer Europa” maar over een effectiever Europa. Dan zullen velen zeggen dat dit soevereiniteitsoverdracht vraagt. Maar dat zie ik als een afleidingsmanoeuvre als je bedoelt dat je het niet met het (Europese) beleid eens bent maar dat je je zin niet hebt gekregen.

Bord EU is overvol

Waar meer de nadruk op gelegd zou moeten worden is het beperken van het overvolle bord van de Europese Unie. Grensoverschrijdende thema’s moeten voorop staan. Daarnaast is de Euro zo langzamerhand een enorm probleem geworden, een echte splijtzwam. Terug naar de gulden is overschatting van onze macht, we moeten een munt hebben samen met Duitsland en andere gezonde economieën. Een Neuro wellicht.

EU vraagt om leden die zich verwant voelen

In het artikel van Caroline de Gruyter wordt wel erg onderschat dat de EU ook wordt gezien als een ongrijpbaar lichaam dat zich steeds ongecontroleerd uitbreidt met leden waarmee mensen weinig verwantschap voelen. En dat gevoel is voor een sterke club juist belangrijk. De toetreding van Oost-Europese landen was begrijpelijk, want die kwamen uit de omknelling van de Sovjet unie en verdienden een nieuwe toekomst; bovendien moest Rusland zijn grenzen gaan (er)kennen. Maar geleidelijk blijken de risico’s: Er zijn landen bijgekomen met sterke nationalistische bewegingen (zoals Polen en Hongarije), en de rechtsstaat is daarbij in gevaar, met name pers en rechterlijke macht. Ik zie Europa, ondanks heldhaftige taal van Commissaris Timmermans, daar niet effectief tegen optreden. Een ander geval waarbij dit speelt is de uitbreiding van de EU. Toetreding van Turkije zou betekenen dat een overwegend islamitisch land, met evenveel inwoners als Duitsland en een ijzersterke eigendunk, de psychologische en politieke balans in de EU geheel zou veranderen, zeker nu Engeland ons wil verlaten. Stoppen met uitbreiden is nodig, en de open uitnodiging in het EU-verdrag aan landen die lid willen worden moet er uit.

Kortom, mevrouw De Gruyter heeft een goed verhaal met een puike oplossingsrichting, maar er zijn drastischer maatregelen nodig om iets van de EU overeind te houden.

Make the European Union smaller but stronger

Elections without much debate about the EU

On March 15 general elections will be held in The Netherlands. Surprisingly, the future of the European Union is only a minor subject –  only competition from Eastern European labourers and transport firms gets attention. Immigration, care for the elderly, old age pensions and unemployment are among the favourite national subjects.

The outside world is more dangerous than before. The future of the EU after Brexit is very uncertain and should be debated. Some member states have strange interpretations of the rule of law. Conflicts about refugees tear the EU apart. Some political parties take the populist stance of leaving the EU, or at least leaving the Euro zone. Since the Dutch Ukraine Referendum in 2016, support for the EU still carries the majority, but opponents raise their voices more effectively than supporters.

A middle road is lacking

Visions of the future of the EU are hard to find. Extreme and simplistic ideas are leaving the EU or letting the EU explode, and on the other hand a forced march towards a European Federation. A middle road of some substance is absent. Loose ideas have come up, such as pleas for a stronger role of the member states. That is a dead end because the member states already have great weight and are strongly divided over many issues. Others propose “a more social Europe” which undoubtedly will generate conflicts with those member that have strong welfare states.

The EU could crumble

It would be a shame when the EU would crumble before our eyes. The Netherlands, big in self-consciousness but small in size, needs cooperation with many other countries. We could leave the EU, but we cannot separate ourselves from Belgium and the Rhine, or from Google, Shell and Microsoft.

The present EU is not working well. The easiest way is muddling through[i] but citizens demand a clear perspective. Leaving the EU is a kamikaze act with unknown effects. A federal state is unthinkable for the time being, because not many countries have that ambition. In any case, cultural, economic and political differences between European nations are far too big to bridge in a federation.

Outline of a middle of the road solution

We need a smaller but stronger European Union.  This means:

  1. Core members and associate members

The EU will consist of a core of like-minded states with mature democracies and healthy economies. (I think of The Netherlands, Germany, and the Scandinavian countries. The United Kingdom naturally belongs to this group but prefers to play outside any league.) Cooperation in the single market is central; further subjects for strong cooperation are agreed upon by these core members.
Beside the core there are associate members with whom the single market is shared. Trade is a natural subject to agree on with many other countries. Other subjects are more difficult, like education, crime, worker’s rights and finance and require like-minded people. That is also a reason for me not wanting the EU to expand further, including countries that are culturally and politically very far from us.

  1. A restricted list of subjects of close cooperation and an alternative for the Euro

Close cooperation in the EU needs a list of subjects of which the necessity of cooperation can be made explicit to the public. Subjects outside of the list are not in the EU’s remit. To my mind this concerns security[ii], transport, energy, climate change, migration and higher education and research.
Is the Euro also on the list? The single market has brought us far more advantages than the Euro. The common currency has become a divisive element. Major members like France and Italy lag behind in reforming their economies. The debts in the European Central Bank are dazzling. Budget cuts have hit citizens of many countries very hard, The Netherlands included, while the commercial banks were saved at public expense.[iii] Before returning to national currencies a more restricted Euro, e.g. only for the core members, should be considered.

  1. Stronger through more supranational policy implementation

The EU is a very complex organisation that produces an enormous amount of policies. It is the largest free trade bloc in the world, which gives the Union much weight (e.g. in WTO). However, most policy implementation is in the hands of the member states. (That is why, contrary to popular belief, EU’s bureaucracy is small.) A weakness of the EU lies in the many disagreements among its members, which are endemic, but also in policy implementation. “Dieselgate” made it clear that member states with a strong car industry don’t favour strong emission standards and prefer national  not independent controls on industry. Health is not the most important EU concern. When we consider immigration, the large influx of refugees from the Middle East and Africa made it clear that a strong Coast Guard is necessary. All member state that border on a sea have one. But the European Coast Guard (Frontex) is only beginning to develop some force and depends on the benevolence of the member states. A fully fledged Frontex is necessary, with sufficient direct funding and a strong mandate. Similar supranational institutions are needed for other subjects that ask for concerted action, like international crime.

 

Smaller: Core members and associate members; restricted list of subjects

Stronger: Policy implementation by supranational organisations with direct funding and a strong mandate.

It can be done.

 

[i] Rabobank has published a useful report, De toekomst van Europa, February 9, 2017. It presents four scenario’s: Muddling Through, Disintegration, Closer Union, and Two Tempi.

[ii] For the time being, NATO is the most important carrier of security cooperation, on condition that Europe lives up to its promises (spending 2% of national income on defence).

[iii] Budget cuts in the Euro countries have been translated by many citizens into resistance to the EU as such. Governments didn’t explain that the Euro zone is run by member states and not by “unelected” Brussels bureaucrats. The Netherlands was at the forefront of the harsh budget cuts policy. See Simon Otjes, “How the eurozone crisis reshaped the national economic policy space: The Netherlands 2006-2012”, in Acta Politica, vol. 51 no. 3, 2016, p. 273-297.

Kleiner maar sterker – toekomstvisie voor de EU

Een duidelijke tussenweg ontbreekt

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 is de EU een ondergeschikt onderwerp. Terwijl miljarden worden toegezegd voor de zorg en voor lastenverlaging is de vraag, hoe wij in de toekomst aan geld komen en hoe wij in de wereld staan, nauwelijks onderwerp van debat. De economie verandert razendsnel (groter gewicht van China, robotisering, vergrijzing). De buitenwereld wordt bozer (Rusland, Amerika, Islamitische Staat).

Extreme oplossingen worden voorgesteld, zoals het verlaten van de EU, of het verder stevig gaan op weg naar een Europese federatie. Luidruchtige en in aanhang groeiende politieke partijen kondigen een vertrek uit de EU aan, terwijl de voorstanders van “blijven” geen krachtig verhaal vertellen. Daartussenin blijft het vaag. Sommigen pleiten voor een grotere rol voor de lidstaten, wat een doodlopende weg is omdat de lidstaten al veel macht hebben en onderling verdeeld zijn. Anderen willen beperkingen op het werknemersverkeer en vragen een socialer Europa. Weer anderen willen dat Europa investeert in de toekomst, vooral in banen. Binnen de Europese Unie lopen de spanningen op. Het Verenigd Koninkrijk gaat er uit; de vluchtelingenstroom leidt niet tot een duidelijke oplossing en Italië en Griekenland mogen het zelf uitzoeken; sommige lidstaten nemen de rechtsstaat niet meer serieus; sancties tegen Rusland liggen onder vuur.

Laat de EU niet verkruimelen

De EU zal zo onder onze handen verkruimelen. En dat is zonde. Nederland heeft samenwerking met vele andere landen nodig in het geweld van de grote jongens. We kunnen ons wel losmaken van de EU, maar niet van België, de Rijn, of van Google, Shell en Microsoft.

De huidige EU voldoet echter niet. Doormodderen[i] is gemakkelijk maar helpt niet. Burgers willen een duidelijk perspectief. De EU uit of de EU uit elkaar laten vallen zijn allebei slechte oplossingen. Voorwaarts naar een federale staat is (politieke) zelfmoord, want weinig landen willen dat nog en de verschillen tussen de EU lidstaten zijn groot en leiden in een federatie alleen maar tot meer botsingen.

Toekomstvisie

Wat we nodig hebben is een kleinere maar sterkere Europese Unie.

1. Kernleden en geassocieerde leden

De EU krijgt een kern van gelijkgestemde landen met volwassen democratieën en gezonde economieën. (Ik denk in de eerste plaats aan Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen. Engeland hoort daar bij maar wil even buiten spelen.) Samenwerking op andere terreinen dan de interne markt wordt vorm gegeven door die kernlanden.
Daarnaast zijn er andere, geassocieerde leden met wie in de eerste plaats de interne markt wordt gedeeld. Over handel kan je namelijk met heel veel landen goede afspraken maken. Maar moeilijkere onderwerpen, zoals onderwijs, criminaliteitsbestrijding, verkeer, werknemersrechten en financiën vragen om gelijkgestemde mensen. Daarom moet de EU niet verder uitbreiden met landen die cultureel en politiek ver van ons afstaan of die economisch en bestuurlijk zwak zijn.

2. Een limitatieve lijst onderwerpen waarop vergaand samengewerkt wordt en een alternatief voor de Euro

Er moet een limitatieve lijst worden gemaakt van onderwerpen waarvoor de EU optreedt omdat samenwerking noodzakelijk is. En dus niet over andere onderwerpen. Wat noodzakelijk is valt goed aan de burgers uit te leggen. Ik denk aan veiligheid[ii], transport, energie, klimaat, migratie, en (hoger) onderwijs en onderzoek. Andere onderwerpen, zoals pensioenen en gezondheidszorg kunnen beter bij de lidstaten blijven.
Ook de Euro? De gezamenlijke interne markt heeft ons veel meer voordelen gebracht dan de Euro. De Euro is helaas een splijtzwam geworden. Grote landen als Italië en Frankrijk hervormen nog steeds onvoldoende. De schulden bij de ECB zijn torenhoog. De bezuinigingen vanwege de crisis hebben de bevolking van veel landen, ook van Nederland, hard getroffen, terwijl de banken werden gered.[iii] Een alternatief voor het afschaffen van de Euro is een Euro alleen voor de kernlanden.

3. Sterker door meer supranationale uitvoering

De Europese Unie is een heel complexe organisatie die veel beleid maakt. De Unie is het grootste vrijhandelsblok ter wereld en dat maakt de Unie invloedrijk (b.v. in de WTO). De Unie treedt ook op als blok bij de klimaatonderhandelingen (Verdrag van Parijs). Het grootste deel van de uitvoering van het beleid wordt echter door de lidstaten gedaan. De zwakte van de Unie zit in de politieke verdeeldheid tussen de lidstaten over allerlei onderwerpen, maar zeker ook in de uitvoering. “Dieselgate” maakte duidelijk dat landen met een flinke auto-industrie geen zin hebben in strenge normen die de gezondheid beschermen en zeker niet in sterke, onafhankelijke controles op hun industrie. Bij de uitvoering van subsidieregelingen gaat er veel mis (o.a. door corruptie), maar de belanghebbende lidstaten willen het hun burgers en bedrijven niet al te moeilijk maken. Voor het beheersen van de migratiestromen is een kustwacht onontbeerlijk. Ieder land aan zee heeft er een. De Europese Kustwacht (Frontex) begint een beetje vorm te krijgen, maar hangt te veel af van de welwillende bijdragen van de lidstaten. Er is een Europese, volwaardige Kustwacht nodig, met voldoende middelen en mandaat. Net als onafhankelijke typekeuring van auto’s.
Voor zulke lastige onderwerpen moet de uitvoering supranationaal geregeld worden.

 

 

[i] De Rabobank heeft een mooie studie gedaan, De toekomst van Europa, verschenen op 9 februari 2017. Vier scenario’s worden verkend: Doormodderen, Uiteenvallen, Verdieping, en Twee snelheden.  Dat zijn volgens mij ongeveer de smaken die je kunt bedenken. ”Twee snelheden” (EU met een beperkte groep kernlanden en verder perifere leden) spreekt mij het meest aan.

[ii] De NATO is voorlopig het belangrijkste voertuig, maar de Europese landen kunnen daarbinnen beter samenwerken en meer geld uitgeven (volgens afspraak: 2% van het nationaal inkomen).

[iii] De bezuinigingen in de Eurolanden hebben veel burgers vertaald in verzet tegen de Europese Unie. Dat is begrijpelijk, al vergeet men dat de Euro echt een samenwerkingsverband van staten is en geen “ongekozen” Brusselse bureaucratie. Nederland liep met Duitsland voorop in het harde bezuinigingsbeleid. Zie Simon Otjes, “How the eurozone crisis reshaped the national ecnomic policy space: The Netherlands 2006-2012”, in Acta Politica, vol. 51 no. 3, 2016, p. 273-297.

A different Europe – Reaction to Dutch Minister Koenders

Bigger role for member states is a dead end

The Dutch Minister of Foreign Affairs, Koenders, has asked the readers of a newspaper (Algemeen Dagblad) to write down their wishes for Europe in the future. Contra President Trump, he thinks the EU has a future. For him it all begins with a stronger role for the member states.

For me, this is a dead end. For over twenty years the member states are at the steering wheels of the EU, much more than the European Commission. Policies often took the form of agreements between member states, each managing their own business. Especially in the Euro zone this has led to disastrous results. The “strict” budget and state debt norms have been violated time and again. By the major states of Germany and France in the first place, later by Portugal, Spain and Greece. Italians banks will be rescued with state money, contrary to European rules (see my blog about Banca Monte dei Paschi, December 14, 2016). Member states use to pick and choose whatever suits best their interests, e.g. subsidies for farmers and weak regions, and giving room to foreign companies that are happy to withhold taxes from other member states.

A selective program

In my view, small countries like The Netherlands, Europeans need cooperation. We are fully connected to the world; a large part of our money is earned through international trade (e.g. 2nd largest exporter of agricultural products and services in the world). Autarky never was a good option and will be even less so in the future. However, the present EU is too comprehensive and has too many member states of very different backgrounds and political views. Its institutional structure, though praised by some as “sui generis”, is becoming unworkable and anti-democratic. In the economic domain a free trade zone would be the first step, including the United Kingdom, Norway and Switzerland. This implies the free movement of goods and services, but the free movement of capital and people  should be restricted. In the defence domain cooperation inside NATO is for the time being the most practical thing. Member states should start paying much more than now; Trump is right in this respect. Cooperation in other fields should be organized with a limited number of neighbours, e.g. for transport with Germany, Belgium, France, Italy and the UK. Financially, the Euro has caused deep divisions inside the EU and brought southern member states on the verge of bankruptcy. An alternative must be developed for states that have a healthy economy and similar views on budget management. It could be a ”Neuro” for Germany, Belgium (Flanders), The Netherlands and Austria.

This is the core of my program. Comments are welcome.

 

Een ander Europa- antwoord aan Koenders

Een ander Europa gevraagd

Minister Koenders vraagt (Algemeen Dagblad, 27 januari 2017) om wensen van lezers voor Europa. Hij kiest zelf voor een “andere” Europese Unie, waarin de lidstaten centraal staan. Dat is een doodlopende weg. Sinds ruim twintig jaar staan de lidstaten al voorop. Wat bijvoorbeeld niet heeft gewerkt is het systeem van onderlinge afspraken tussen de lidstaten over de begrotingen van de Euro-landen. Duitsland en Frankrijk kwamen al snel weg met afwijkingen, Portugal en Spanje zijn laatst ook ontzien. De Italiaanse banken worden met staatsgeld gered, en niet hervormd. Nee, de lidstaten halen uit de EU wat voor zichzelf profijtelijk is, zoals subsidies voor de boeren en zwakke regio’s, en vestiging van buitenlandse bedrijven die van onbehoorlijke belastingvoordelen profiteren.

Europa als vrijhandelszone en een kleine unie met de buren

Mijn visie is dat Europese samenwerking inderdaad noodzakelijk is voor een klein land als Nederland, dat zijn geld voor een flink deel door im- en export verdient. Autarkie heeft al nooit gekund maar nu minder dan ooit. De huidige EU is echter te veelomvattend. Hij moet eerst worden omgevormd tot een grote vrijhandelszone, waar Engeland ook bij kan horen. Vrij verkeer van goederen en diensten, maar niet van kapitaal en mensen. Defensiesamenwerking blijven we in de NAVO doen (en er meer voor betalen!). Vervolgens is samenwerking op andere terreinen met een beperkt aantal landen nuttig. Onze buren zijn daarbij het belangrijkste: Duitsland, België, Engeland. Samenwerking op het gebied van infrastructuur, luchtvaart, criminaliteit, onderwijs. Financieel moeten we een alternatief voor de Euro vinden. De Euro heeft eerder de conflicten en de risico’s binnen de EU vergroot dan de welvaart versterkt. Denk aan een Neuro voor Nederland, Duitsland, België. Dit is de kern van mijn programma.

 

Saving Banca Monte dei Paschi or saving the Euro

New rules for banks put to the test

Monte dei Paschi, Italy’s oldest bank, is in dire need of new capital (NRC Handelsblad, 12-10-2016). Recent EU rules prevent saving banks with taxpayers’ money. One would think that Italian populists applauded that rule. But they don’t, because many shareholders are people with a small purse. Beppe Grillo wants to save them. I understand that, but should we applaud a fresh rule being diverted? EU member states are good at that as soon as their own interests are in peril. Italy is facing new elections, as are other EU countries. Populist parties are expected to produce spectacular results in 2017.

A new test for Europe

Here we have a new test for Europe. There are two possibilities. When the Italian government chooses to abstain the Banca and other banks will suffer, and consequently the rest of the economy. People may lose their pensions. This is all very sad, but a strong lesson is learned. The Netherlands will be hurt too, but we must stay firm. We are in favour of strict EU rules, especially since our Minister of Finance, Dijsselbloem, is president of the Euro group. Those rules are agreements between member states, not unilateral Brussels dictates. The second option is that Italy’s government helps out. The Italian state debt will rise, but the European Central Bank can buy the new debt. No one gets hurt? The necessary reform of Italy’s weak banks doesn’t come nearer and the other Euro countries suffer a high risk to experience a new banking crisis.

Euro-pause for Italy

I have a proposition. If the Italian government supports the Banca other Euro countries should demand Italy’s retreat from the Euro, at least temporarily. In that way a clear line is drawn and rosy promises of reform are not needed. In this way also, the ground is cut from under the feet of populists and our politicians will not be tempted to waver.