“Zorg dat de EU deze aanval te boven komt”

 

Mevrouw De Gruyter legt uit

Mevrouw De Gruyter zegt in de NRC van 18 februari 2017: “Zorg dat EU deze aanval te boven komt”. Zij meent dat problemen die mensen zien of ervaren door de globalisering, en die zich overal ter wereld voordoen, in Europa ten onrechte aan de EU worden verweten. Onze politici helpen dit verwijt een handje door op Brussel in te hakken. Maar het zijn deze politici die er zelf in Brussel een puinhoop van hebben gemaakt, bijvoorbeeld door geen sterke grenswacht te willen maar wel vrij verkeer (Schengen). In het algemeen: “Landen geven [de EU] taken, maar geen macht en middelen om die goed te doen.” Als handelsblok was de EU succesvol “[o]mdat landen Brussel namens hen lieten spreken.” In de jaren negentig ging dat anders, en hielden regeringen veel besluitvorming in eigen hand, zoals met Schengen en de Euro. Kortom, wil de EU weer succes boeken dan moet de EU duidelijke, misschien beperktere, taken krijgen en macht om die uit te voeren.

De EU mist uitvoeringsmacht

Ik kan het hier grotendeels mee eens zijn. (Zie blogbericht mijn Kleiner maar sterker – toekomstvisie voor de EU, d.d.11 februari 2017). De EU mist uitvoeringsmacht van supranationale aard op een groot aantal terreinen die de laatste jaren heel belangrijk zijn geworden. Ik noem er een aantal: bewaking van de buitengrenzen, politie- en justitiesamenwerking, handhaving van gezondheidsnormen (vuiluitstoot van motoren), controle op EU-subsidies, beperken van belastingontwijking, nakomen van afspraken over overheidsuitgaven (60% staatsschuld en 3% begrotingstekort) en verdeling van immigranten over Europa (in plaats van Italië, Griekenland en Duitsland de problemen te laten opknappen). De lidstaten zijn een groot deel van het probleem. Wat velen voorstellen is dus de kwaal verergeren. Een voorbeeld is Minister Koenders, die pleit voor een grotere rol voor de lidstaten (AD van 27 januari 2017) Het is vooral belangrijk dat aan de beleidsuitvoering aandacht wordt besteed omdat daar niet veel ideologie voor nodig is. Niet veel meer dan “doen wat is afgesproken”.  Maar dat kan je niet aan de vrijwillige inzet van de deelnemers overlaten; het hemd is immers nader dan de rok. Ik heb het niet over “meer Europa” maar over een effectiever Europa. Dan zullen velen zeggen dat dit soevereiniteitsoverdracht vraagt. Maar dat zie ik als een afleidingsmanoeuvre als je bedoelt dat je het niet met het (Europese) beleid eens bent maar dat je je zin niet hebt gekregen.

Bord EU is overvol

Waar meer de nadruk op gelegd zou moeten worden is het beperken van het overvolle bord van de Europese Unie. Grensoverschrijdende thema’s moeten voorop staan. Daarnaast is de Euro zo langzamerhand een enorm probleem geworden, een echte splijtzwam. Terug naar de gulden is overschatting van onze macht, we moeten een munt hebben samen met Duitsland en andere gezonde economieën. Een Neuro wellicht.

EU vraagt om leden die zich verwant voelen

In het artikel van Caroline de Gruyter wordt wel erg onderschat dat de EU ook wordt gezien als een ongrijpbaar lichaam dat zich steeds ongecontroleerd uitbreidt met leden waarmee mensen weinig verwantschap voelen. En dat gevoel is voor een sterke club juist belangrijk. De toetreding van Oost-Europese landen was begrijpelijk, want die kwamen uit de omknelling van de Sovjet unie en verdienden een nieuwe toekomst; bovendien moest Rusland zijn grenzen gaan (er)kennen. Maar geleidelijk blijken de risico’s: Er zijn landen bijgekomen met sterke nationalistische bewegingen (zoals Polen en Hongarije), en de rechtsstaat is daarbij in gevaar, met name pers en rechterlijke macht. Ik zie Europa, ondanks heldhaftige taal van Commissaris Timmermans, daar niet effectief tegen optreden. Een ander geval waarbij dit speelt is de uitbreiding van de EU. Toetreding van Turkije zou betekenen dat een overwegend islamitisch land, met evenveel inwoners als Duitsland en een ijzersterke eigendunk, de psychologische en politieke balans in de EU geheel zou veranderen, zeker nu Engeland ons wil verlaten. Stoppen met uitbreiden is nodig, en de open uitnodiging in het EU-verdrag aan landen die lid willen worden moet er uit.

Kortom, mevrouw De Gruyter heeft een goed verhaal met een puike oplossingsrichting, maar er zijn drastischer maatregelen nodig om iets van de EU overeind te houden.

Make the European Union smaller but stronger

Elections without much debate about the EU

On March 15 general elections will be held in The Netherlands. Surprisingly, the future of the European Union is only a minor subject –  only competition from Eastern European labourers and transport firms gets attention. Immigration, care for the elderly, old age pensions and unemployment are among the favourite national subjects.

The outside world is more dangerous than before. The future of the EU after Brexit is very uncertain and should be debated. Some member states have strange interpretations of the rule of law. Conflicts about refugees tear the EU apart. Some political parties take the populist stance of leaving the EU, or at least leaving the Euro zone. Since the Dutch Ukraine Referendum in 2016, support for the EU still carries the majority, but opponents raise their voices more effectively than supporters.

A middle road is lacking

Visions of the future of the EU are hard to find. Extreme and simplistic ideas are leaving the EU or letting the EU explode, and on the other hand a forced march towards a European Federation. A middle road of some substance is absent. Loose ideas have come up, such as pleas for a stronger role of the member states. That is a dead end because the member states already have great weight and are strongly divided over many issues. Others propose “a more social Europe” which undoubtedly will generate conflicts with those member that have strong welfare states.

The EU could crumble

It would be a shame when the EU would crumble before our eyes. The Netherlands, big in self-consciousness but small in size, needs cooperation with many other countries. We could leave the EU, but we cannot separate ourselves from Belgium and the Rhine, or from Google, Shell and Microsoft.

The present EU is not working well. The easiest way is muddling through[i] but citizens demand a clear perspective. Leaving the EU is a kamikaze act with unknown effects. A federal state is unthinkable for the time being, because not many countries have that ambition. In any case, cultural, economic and political differences between European nations are far too big to bridge in a federation.

Outline of a middle of the road solution

We need a smaller but stronger European Union.  This means:

  1. Core members and associate members

The EU will consist of a core of like-minded states with mature democracies and healthy economies. (I think of The Netherlands, Germany, and the Scandinavian countries. The United Kingdom naturally belongs to this group but prefers to play outside any league.) Cooperation in the single market is central; further subjects for strong cooperation are agreed upon by these core members.
Beside the core there are associate members with whom the single market is shared. Trade is a natural subject to agree on with many other countries. Other subjects are more difficult, like education, crime, worker’s rights and finance and require like-minded people. That is also a reason for me not wanting the EU to expand further, including countries that are culturally and politically very far from us.

  1. A restricted list of subjects of close cooperation and an alternative for the Euro

Close cooperation in the EU needs a list of subjects of which the necessity of cooperation can be made explicit to the public. Subjects outside of the list are not in the EU’s remit. To my mind this concerns security[ii], transport, energy, climate change, migration and higher education and research.
Is the Euro also on the list? The single market has brought us far more advantages than the Euro. The common currency has become a divisive element. Major members like France and Italy lag behind in reforming their economies. The debts in the European Central Bank are dazzling. Budget cuts have hit citizens of many countries very hard, The Netherlands included, while the commercial banks were saved at public expense.[iii] Before returning to national currencies a more restricted Euro, e.g. only for the core members, should be considered.

  1. Stronger through more supranational policy implementation

The EU is a very complex organisation that produces an enormous amount of policies. It is the largest free trade bloc in the world, which gives the Union much weight (e.g. in WTO). However, most policy implementation is in the hands of the member states. (That is why, contrary to popular belief, EU’s bureaucracy is small.) A weakness of the EU lies in the many disagreements among its members, which are endemic, but also in policy implementation. “Dieselgate” made it clear that member states with a strong car industry don’t favour strong emission standards and prefer national  not independent controls on industry. Health is not the most important EU concern. When we consider immigration, the large influx of refugees from the Middle East and Africa made it clear that a strong Coast Guard is necessary. All member state that border on a sea have one. But the European Coast Guard (Frontex) is only beginning to develop some force and depends on the benevolence of the member states. A fully fledged Frontex is necessary, with sufficient direct funding and a strong mandate. Similar supranational institutions are needed for other subjects that ask for concerted action, like international crime.

 

Smaller: Core members and associate members; restricted list of subjects

Stronger: Policy implementation by supranational organisations with direct funding and a strong mandate.

It can be done.

 

[i] Rabobank has published a useful report, De toekomst van Europa, February 9, 2017. It presents four scenario’s: Muddling Through, Disintegration, Closer Union, and Two Tempi.

[ii] For the time being, NATO is the most important carrier of security cooperation, on condition that Europe lives up to its promises (spending 2% of national income on defence).

[iii] Budget cuts in the Euro countries have been translated by many citizens into resistance to the EU as such. Governments didn’t explain that the Euro zone is run by member states and not by “unelected” Brussels bureaucrats. The Netherlands was at the forefront of the harsh budget cuts policy. See Simon Otjes, “How the eurozone crisis reshaped the national economic policy space: The Netherlands 2006-2012”, in Acta Politica, vol. 51 no. 3, 2016, p. 273-297.

Kleiner maar sterker – toekomstvisie voor de EU

Een duidelijke tussenweg ontbreekt

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 is de EU een ondergeschikt onderwerp. Terwijl miljarden worden toegezegd voor de zorg en voor lastenverlaging is de vraag, hoe wij in de toekomst aan geld komen en hoe wij in de wereld staan, nauwelijks onderwerp van debat. De economie verandert razendsnel (groter gewicht van China, robotisering, vergrijzing). De buitenwereld wordt bozer (Rusland, Amerika, Islamitische Staat).

Extreme oplossingen worden voorgesteld, zoals het verlaten van de EU, of het verder stevig gaan op weg naar een Europese federatie. Luidruchtige en in aanhang groeiende politieke partijen kondigen een vertrek uit de EU aan, terwijl de voorstanders van “blijven” geen krachtig verhaal vertellen. Daartussenin blijft het vaag. Sommigen pleiten voor een grotere rol voor de lidstaten, wat een doodlopende weg is omdat de lidstaten al veel macht hebben en onderling verdeeld zijn. Anderen willen beperkingen op het werknemersverkeer en vragen een socialer Europa. Weer anderen willen dat Europa investeert in de toekomst, vooral in banen. Binnen de Europese Unie lopen de spanningen op. Het Verenigd Koninkrijk gaat er uit; de vluchtelingenstroom leidt niet tot een duidelijke oplossing en Italië en Griekenland mogen het zelf uitzoeken; sommige lidstaten nemen de rechtsstaat niet meer serieus; sancties tegen Rusland liggen onder vuur.

Laat de EU niet verkruimelen

De EU zal zo onder onze handen verkruimelen. En dat is zonde. Nederland heeft samenwerking met vele andere landen nodig in het geweld van de grote jongens. We kunnen ons wel losmaken van de EU, maar niet van België, de Rijn, of van Google, Shell en Microsoft.

De huidige EU voldoet echter niet. Doormodderen[i] is gemakkelijk maar helpt niet. Burgers willen een duidelijk perspectief. De EU uit of de EU uit elkaar laten vallen zijn allebei slechte oplossingen. Voorwaarts naar een federale staat is (politieke) zelfmoord, want weinig landen willen dat nog en de verschillen tussen de EU lidstaten zijn groot en leiden in een federatie alleen maar tot meer botsingen.

Toekomstvisie

Wat we nodig hebben is een kleinere maar sterkere Europese Unie.

1. Kernleden en geassocieerde leden

De EU krijgt een kern van gelijkgestemde landen met volwassen democratieën en gezonde economieën. (Ik denk in de eerste plaats aan Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen. Engeland hoort daar bij maar wil even buiten spelen.) Samenwerking op andere terreinen dan de interne markt wordt vorm gegeven door die kernlanden.
Daarnaast zijn er andere, geassocieerde leden met wie in de eerste plaats de interne markt wordt gedeeld. Over handel kan je namelijk met heel veel landen goede afspraken maken. Maar moeilijkere onderwerpen, zoals onderwijs, criminaliteitsbestrijding, verkeer, werknemersrechten en financiën vragen om gelijkgestemde mensen. Daarom moet de EU niet verder uitbreiden met landen die cultureel en politiek ver van ons afstaan of die economisch en bestuurlijk zwak zijn.

2. Een limitatieve lijst onderwerpen waarop vergaand samengewerkt wordt en een alternatief voor de Euro

Er moet een limitatieve lijst worden gemaakt van onderwerpen waarvoor de EU optreedt omdat samenwerking noodzakelijk is. En dus niet over andere onderwerpen. Wat noodzakelijk is valt goed aan de burgers uit te leggen. Ik denk aan veiligheid[ii], transport, energie, klimaat, migratie, en (hoger) onderwijs en onderzoek. Andere onderwerpen, zoals pensioenen en gezondheidszorg kunnen beter bij de lidstaten blijven.
Ook de Euro? De gezamenlijke interne markt heeft ons veel meer voordelen gebracht dan de Euro. De Euro is helaas een splijtzwam geworden. Grote landen als Italië en Frankrijk hervormen nog steeds onvoldoende. De schulden bij de ECB zijn torenhoog. De bezuinigingen vanwege de crisis hebben de bevolking van veel landen, ook van Nederland, hard getroffen, terwijl de banken werden gered.[iii] Een alternatief voor het afschaffen van de Euro is een Euro alleen voor de kernlanden.

3. Sterker door meer supranationale uitvoering

De Europese Unie is een heel complexe organisatie die veel beleid maakt. De Unie is het grootste vrijhandelsblok ter wereld en dat maakt de Unie invloedrijk (b.v. in de WTO). De Unie treedt ook op als blok bij de klimaatonderhandelingen (Verdrag van Parijs). Het grootste deel van de uitvoering van het beleid wordt echter door de lidstaten gedaan. De zwakte van de Unie zit in de politieke verdeeldheid tussen de lidstaten over allerlei onderwerpen, maar zeker ook in de uitvoering. “Dieselgate” maakte duidelijk dat landen met een flinke auto-industrie geen zin hebben in strenge normen die de gezondheid beschermen en zeker niet in sterke, onafhankelijke controles op hun industrie. Bij de uitvoering van subsidieregelingen gaat er veel mis (o.a. door corruptie), maar de belanghebbende lidstaten willen het hun burgers en bedrijven niet al te moeilijk maken. Voor het beheersen van de migratiestromen is een kustwacht onontbeerlijk. Ieder land aan zee heeft er een. De Europese Kustwacht (Frontex) begint een beetje vorm te krijgen, maar hangt te veel af van de welwillende bijdragen van de lidstaten. Er is een Europese, volwaardige Kustwacht nodig, met voldoende middelen en mandaat. Net als onafhankelijke typekeuring van auto’s.
Voor zulke lastige onderwerpen moet de uitvoering supranationaal geregeld worden.

 

 

[i] De Rabobank heeft een mooie studie gedaan, De toekomst van Europa, verschenen op 9 februari 2017. Vier scenario’s worden verkend: Doormodderen, Uiteenvallen, Verdieping, en Twee snelheden.  Dat zijn volgens mij ongeveer de smaken die je kunt bedenken. ”Twee snelheden” (EU met een beperkte groep kernlanden en verder perifere leden) spreekt mij het meest aan.

[ii] De NATO is voorlopig het belangrijkste voertuig, maar de Europese landen kunnen daarbinnen beter samenwerken en meer geld uitgeven (volgens afspraak: 2% van het nationaal inkomen).

[iii] De bezuinigingen in de Eurolanden hebben veel burgers vertaald in verzet tegen de Europese Unie. Dat is begrijpelijk, al vergeet men dat de Euro echt een samenwerkingsverband van staten is en geen “ongekozen” Brusselse bureaucratie. Nederland liep met Duitsland voorop in het harde bezuinigingsbeleid. Zie Simon Otjes, “How the eurozone crisis reshaped the national ecnomic policy space: The Netherlands 2006-2012”, in Acta Politica, vol. 51 no. 3, 2016, p. 273-297.